20-06-2017

Ik stap de trein in. Voor mij loopt een man van aanzienlijke omvang. Ik zie hoe mensen op hem reageren. Twee meisjes lachen hem praktisch in zijn gezicht uit. Ik kijk ze vuil aan. Maar ik ben bang dat dat weinig indruk op ze maakt. Zal ik ze aanspreken? Dat durf ik niet. Terwijl ik hun gedrag onbeschoft en pijnlijk vind. Ik neem plaats en probeer me een beeld te vormen van deze meisjes. Ze zitten schuin achter me, dus ik kijk zo nu en dan over mijn schouder. Het jurkje van het meisje dat ik kan zien is te kort. In ieder geval te kort voor de manier waarop ze zit. Ze is zelf ook niet de dunste, wat maakt dat ik me afvraag waarom juist zij de behoefte voelt om die man uit te lachen. Of lachten ze ergens anders om en ben ik (weer) te snel met mijn oordeel? Ik hoop het. 

01-06-2017

Gisterenavond was ik met een paar vrienden uiteten. Op een gegeven moment ging het over het gebrek aan nuance in mijn treinverhaaltjes. Nu ben ik van nature inderdaad niet erg genuanceerd, maar jullie begrijpen hopelijk wel dat deze verhaaltjes hier en daar worden aangedikt omwille van de leesbaarheid en smeuïgheid. Toch? 

Ook bespraken we mijn aankomende verhuizing naar Het Gehucht. Ja, ik ga verhuizen. Inderdaad, ik verhuis naar een gehucht. En nee, daar komen geen treinen. Ik zal vast nog wel eens met de trein reizen, maar minder frequent dan nu. Mijn vrienden waren van mening dat ik dan maar moest gaan schrijven over Het Leven in een Gehucht. Ik zal het in overweging nemen. 

De afgelopen weken ben ik regelmatig met de auto naar mijn werk gegaan. Op zich levert dat ook voldoende frustratie en irritatie op voor een verhaaltje hier en daar, maar ik verwacht dat ik daar snel klaar mee zal zijn. Eigenlijk ben ik daar nu al wel weer klaar mee. Maar nu weten jullie wel waarom ik de laatste tijd zo weinig treinverhaaltjes geschreven heb.   

23-05-2017

Het is opeens zomer. Terwijl het eigenlijk nog lente is. Maar de temperaturen zijn zomers. Later deze week worden ze zelfs tropisch. En zulk weer doet toch iets met het humeur van de mens. In ieder geval met mijn humeur. Ook al functioneer ik over het algemeen beter als het wat kouder is, ik word wel vrolijk van dit weer. En verdraagzamer. En toleranter. Dus dat meisje wat schuin tegenover me aan het bellen is terwijl ze al rietjesslurpend haar haar pakje drinken drinkt irriteert me vandaag stukken minder dan dat ze normaal gesproken zou doen. 

Ik vermoed dat ze met een potentieel of net nieuw vriendje / vriendinnetje aan het bellen is. Het klinkt flirterig en plagerig. Ze maakt opmerkingen over zichzelf waarvan ze hoop dat die positief bevestigd worden. “Ik ben nou eenmaal geniaal.” 

In Boxtel stapt ze uit. Stiekem ben ik blij dat het slurpen nu klaar is. “Ik ben nou eenmaal ik.” 

19-05-2017

Het is 08:27 uur wanneer de meneer achter mij plaatst neemt. Hij heeft moeten rennen om de trein te halen. Hij hijgt zo luid dat ik hem al van ver aan hoor komen. 

Het enige wat ik denk is: ‘Ga alsjeblieft niet bij mij in de buurt zitten. Loop alsjeblieft door!’ Natuurlijk neemt hij achter mij plaats. Iets met ‘selffulfilling prophecy’ en dat soort dingen. 

Ik ruik alcohol. Ik kan alleen niet goed onderscheiden of dit door de grote hoeveelheid aftershave komt of dat dit het gevolg is van een avond doorzakken. Het hijgen is wel gestopt. Dat valt weer mee.

(Nb. bij het uitstappen zie ik dat de man een halve liter bier in zijn broekzak heeft. Daarmee is de oorsprong van de alcohollucht in ieder geval verklaard.)

03-05-2017

‘Zoals u merkt staan we nog even stil. Dit komt omdat we nog niet voldoende personeel hebben om te kunnen vertrekken.’

Ondertussen zijn we bijna 10 minuten verder en staan we nog steeds stil. 

Voor me wordt gemopperd, in plat Brabants: ‘Het is ook altijd wat! Als ik ergens om half 8 moet zijn, dan ben ik er toch ook gewoon?’ Dochterlief probeert moeders kalmeren. ‘Jij hebt toch ook wel collega’s die wel eens te laat zijn?’ 

Er komt een conducteur aangelopen. Die had eigenlijk net lekker pauze. Maar ja, het personeelsprobleem moest worden opgelost. Ik ben benieuwd of ze straks dan misschien haar eigen rit gaat missen. Waardoor die trein ook weer stil komt te staan. 

Moeders is niet meer aan het mopperen. In plaats daarvan bespreekt dochterlief haar veranderende figuur. Ze is van een zandloper naar meer een peer-vorm gegaan. Denkt ze. Ik kan het niet zien. Ik zie alleen een stukje haar boven de stoel vandaan komen. Maar ik geloof haar op haar woord. 

11-04-2017

Ondanks dat ik toch weer op mijn oude vertrouwde plekje zit valt er nu wel voldoende af te luisteren. 

Voor mij zitten 2 meiden, gescheiden door het gangpad, maar met de gezichten naar elkaar toe. Ze zijn hun opleidingen aan het bespreken. De één volgt een horeca opleiding. De ander doet iets sociaals. De Ander is van mening dat een sociale opleiding je echt moet liggen. Terwijl het volgen van een horeca opleiding en de bijbehorende vaardigheden die je daarvoor nodig hebt dingen zijn die je jezelf kunt aanleren. De Één is het daar niet helemaal mee eens en sputtert een beetje tegen.  

De Één, het meisje dat de horeca opleiding volgt, stelt zo nu en dan een vraag of plaatst een opmerking. De toekomstig sociaal werkster praat, praat en praat. Over school, over stage, over gemeenschappelijke kennissen. 

Ze zou een goede sociaal werkster zijn, die Één. Of een goede voor in de horeca. Stiekem hebben die verschillende werkvelden meer raakvlakken dan dat de Ander denkt. Denk ik zo. J

06-04-2017

Ik probeer de gesprekken om me heen te filteren zodat ik weer eens iets kan schrijven. Maar het lijkt wel alsof iedereen door elkaar praat en de stemmen vervormen zich tot één grote brij. Ik kan er geen touw aan vast knopen. 

Ik staar wat naar buiten. Industrieterreinen en weilanden schieten voorbij. Rechts van mij probeert de zon de wolken opzij te duwen. Met succes. Bijna een jaar reis ik vrijwel iedere dag op en neer in deze trein. Ik heb zelfs een min of meer vaste plek gevonden waar ik iedere ochtend en iedere avond kan plaats nemen. Vandaag moest ik noodgedwongen op een stoel voor mijn gebruikelijke plek gaan zitten. Maar nog wel aan dezelfde kant van de trein. Met de rijrichting mee. Terwijl aan de andere kant de zon schijnt. Misschien wordt het tijd voor een ander plekje in de trein. Met een ander uitzicht en misschien ook wel weer interessantere gesprekken?